Na drie jaar neemt programmamanager Mariëlle Hornstra afscheid van het netwerk Wonen, Welzijn en Zorg in de Hoeksche Waard. Wat begon met een onbekende stip op de kaart, groeide uit tot een regio die haar liet zien wat samenwerken écht betekent. In gesprek met collega-programmamanager Hilde de Jong blikt ze terug op de successen, de lessen en de mensen die het verschil maken.
H: “Neem ons eens mee. Weet je het moment nog waarop de Hoeksche Waard op je pad kwam?”
M: (lacht) “Heel eerlijk? Ik wist eigenlijk niet waar de Hoeksche Waard lag. Ik woon om de hoek in Breda, maar ik heb toch echt eerst op de kaart moeten kijken.”
Ze leerde de regio kennen vanuit eerdere opdrachten bij onder andere Dienst Gezondheid & Jeugd. Via een telefoontje van Margriet de Lange, destijds programmamanager ‘Thuis in de Kern’, kwam jaren geleden de vraag om projectleider voor een pilot logeerzorg te worden.
M: “En toen gebeurde er eigenlijk iets heel moois. Ik leerde niet alleen de organisaties beter kennen, maar vooral de mensen en dáár zit voor mij ook gelijk de kracht van de Hoeksche Waard. Hier wonen mensen die verantwoordelijkheid nemen voor hun omgeving en niet blijven afwachten.”
H: “Is dat wat samenwerking hier in de Hoeksche Waard typeert voor jou?”
M: “Absoluut. Natuurlijk heb je afspraken en gezamenlijke doelen nodig. Maar uiteindelijk geloof ik stellig in: People make things work, despite barriers – de mensen maken het verschil.”
M: “Dat zie ik ook iedere dag terug in initiatieven als Slim Langer Thuis, de woonzorgzones en de wijksamenwerkingen. Geen enkele organisatie kan dit alleen. Juist doordat iedereen een stukje van de puzzel legt, ontstaat er iets dat groter is en écht impact heeft.”
Wordt er niet te veel gepraat?
Iedere grote verandering kent dezelfde kritiek.
H: “Stel dat iemand zegt: ‘Leuk allemaal, zo’n netwerksamenwerking. Maar wordt daar vooral niet veel gepraat?’.
M: “Dan zeg ik: gelukkig maar. Vertrouwen opbouwen kost namelijk tijd. Je moet elkaar leren kennen. Begrijpen waar iemand vandaan komt en waarvoor iemand verantwoordelijkheid draagt. Pas daarna kun je samen aan de slag en tempo gaan maken.”
Maar, ze benoemde het al eerder. Het zijn niet de plannen die volgens haar het grootste verschil maken. Het zijn de mensen die ze uitvoeren.
M: “Ik ben ongelofelijk trots op de projectgroepen. De energie waarmee zij iedere keer opnieuw aan de slag gaan is echt bijzonder. Neem Gezamenlijk op Pad en Zorg- en Welzijnstechnologie als voorbeeld, daarin zitten onder andere wijkverpleegkundigen die vanuit de praktijk met oplossingen komen waar inwoners écht iets aan hebben.”
Van lokaal denken naar regionaal doen
Niet alles liep zoals ze vooraf had gedacht…
H: “Heb je onderweg nog eigen ideeën of principes moeten loslaten?”
M: (lacht) “Absoluut, meerdere malen zelfs. Toen ik begon bijvoorbeeld, was mijn opdracht vooral lokaal ingestoken. Ik dacht destijds eerlijk gezegd ook: zo’n transformatieplan maken we gewoon zelf! CZ zei alleen vrij snel en vooral ook vrij duidelijk: dit gaan jullie regionaal doen.”
M: “Dat was even schakelen, maar inmiddels snap ik heel goed waarom. Door regionaal samen te werken ontstaat er ruimte om kennis te delen, elkaar te versterken en meer impact te creëren. Bovendien, je hoeft niet allemaal opnieuw hetzelfde wiel uit te vinden.”
Soms moet je gewoon beginnen
Een van de initiatieven waar Mariëlle zichtbaar enthousiast van wordt, zijn de inmiddels bekende KLEP-lunches.
M: “Ik miste destijds een lerend netwerk. Een plek waar professionals elkaar konden ontmoeten en ook het onderwijs bij kon aansluiten. Mijn idee kreeg alleen weinig bijval en misschien hoort dat ook wel een beetje bij een eiland. Je kijkt snel naar binnen en denkt: we regelen het zelf wel.”
Toch besloot ze niet te wachten.
M: “We zijn gewoon begonnen en alleen de naam al riep opnieuw twijfels op. Een KLEP-lunch? Dat kun je toch niet zo noemen!? Juist daardoor is hij wel blijven hangen, tot op de dag van vandaag.”
M: “Dat is ook gelijk wel de mooiste les van de afgelopen jaren: niet alles hoeft perfect te zijn voordat je begint. Inmiddels zijn de lunches en initiatieven namelijk uitgegroeid tot een onderdeel van het transformatieplan. Gaaf toch!?”
Welzijn en inwoners verdienen een grotere stem
Tijdens het gesprek komt één thema meerdere keren terug. Welzijn. Volgens Mariëlle heeft dit nog altijd niet de plek gekregen die het verdient.
M: “We zeggen dat mensen langer zelfstandig moeten blijven wonen. Maar dat lukt alleen als welzijn een volwaardige plek krijgt en dat vraagt meer dan mooie woorden. Investeer in welzijn. Geef professionals de ruimte en de middelen om preventief te werken. Zelfredzaamheid begint niet bij de zorg, maar veel eerder.”
Daarnaast benadrukt ze opnieuw maar weer het belang van de mens. Niet praten óver inwoners, maar mét inwoners.
M: “We moeten stoppen met denken vóór inwoners en veel vaker mét inwoners werken. Betrek ze actief in de projecten en laat ze meedenken én doen.”
H: “Zijn we daar al meer mee bezig vind je?”
M: “We zetten mooie stappen, absoluut. Maar we kunnen inwoners nog veel eerder aan tafel uitnodigen.”
Een blik op de toekomst
Wanneer het gesprek over de toekomst gaat, komt de naam van Nico de Pijper, ‘Founding Father’ van het WWZ, naar boven. Een verbinder puur sang en voorbeeld voor Mariëlle.
M: “Als wij weer eens vonden dat het allemaal te langzaam ging, zei Nico vaak: ‘Laten we eens kijken naar wat er wél gelukt is en waar we vandaan komen. We zijn soms zo druk met de volgende uitdaging, dat we vergeten hoeveel er al bereikt is.”
En er is nog iets specifieks wat Mariëlle het netwerk gunt in de toekomst.
M: “Durf ook de moeilijke gesprekken met elkaar te voeren. Samenwerken betekent dat besluiten soms nou eenmaal gevolgen hebben en juist dan moet je eerlijk durven zijn. Meer kwetsbaarheid, meer openheid en meer vertrouwen in elkaar. Echte samenwerking ontstaat als je elkaar ook wel eens iets gunt.”
Last but not least mag de Hoeksche Waard ook best een beetje trotser zijn volgens haar.
M: “De Hoeksche Waard is vaak nog te bescheiden. Als ik op congressen kom zie je steeds dezelfde regio’s hun verhaal vertellen. Wij hebben hier minstens zulke mooie voorbeelden, maar laten niet genoeg van ons horen.”
Het stokje overdragen
Voordat het gesprek tot een einde komt wil Hilde nog één ding weten.
H: “Je draagt straks het stokje over. Hoe laat je het netwerk achter?”
M: “Met heel veel vertrouwen. Ik zie een netwerk dat elkaar inmiddels goed weet te vinden en samen blijft bouwen. Wat mij betreft is een volgende stap om woonzorgzones en dorpsgericht werken verder te versterken, samen met inwoners.”
Ze hoopt ook dat de Hoeksche Waard haar eigen kracht blijft vasthouden.
M: “De korte lijnen. De daadkracht. Maar óók met de blik naar buiten.”
Ze vat het samen in één wens:
M: “Blijf een sterke Hoeksche Waard in een slim verbonden regio.”
H: “Tot slot, wat neem je zelf mee uit deze drie jaar?”
M: “De mensen. De professionals die blijven zoeken naar oplossingen. De inwoners die verantwoordelijkheid nemen. Mensen zoals Marina Groeneweg, betrokken inwoner van Goudswaard, die bij een nieuw idee meteen zei: Kom maar door, we gaan het proberen. Dat typeert voor mij de Hoeksche Waard. Niet eindeloos praten, maar gewoon samen doen!